De gewone manier om een vordering veilig te stellen, is een rechter om toelating tot beslag vragen. Het Belgische recht kent een uitzondering voor het beslag onder derden — doorgaans de bank van de debiteur: op grond van een onbetaalde factuur alleen kan een gerechtsdeurwaarder blokkeren wat die derde aan uw debiteur verschuldigd is, nog voor er een vonnis bestaat. Het geld komt nog niet naar u toe; het komt stil te liggen. In een dossier waarin u vreest dat de rekening volgende maand leeg zal zijn, is dat het verschil tussen recupereren en een schuldvordering indienen in een faillissement.
Vier voorwaarden, alle vier vereist
1. De schuld is zeker, vaststaand en opeisbaar. Een factuur met een verstreken vervaldag en een bedrag waarover geen twijfel bestaat. Ramingen, voorlopige bedragen en schadevorderingen komen niet in aanmerking.
2. Er is hoogdringendheid. U moet een werkelijke reden hebben om te vrezen dat uw debiteur later niet meer zal kunnen betalen: geen reactie op ingebrekestellingen, jaarrekeningen die niet neergelegd worden, beslagen die andere schuldeisers al legden, personeel dat vertrekt, een verlaten vennootschapsadres.
3. Er werd een ingebrekestelling verstuurd. Een schriftelijke aanmaning, bij voorkeur aangetekend, hoort in de regel vooraf te gaan. Zij is ook wat punt 2 aantoonbaar maakt.
4. De factuur werd nooit geldig betwist. Een debiteur die de factuur correct en tijdig protesteerde, sluit deze weg af — precies daarom zijn het tijdstip en de bewoordingen van een betwisting zo belangrijk (zie ons artikel daarover).
Wat er na de blokkering gebeurt
Naar onze ervaring vier dingen, ongeveer in deze volgorde van frequentie. De debiteur betaalt, omdat een geblokkeerde rekening een operationeel noodgeval is en goedkoper op te lossen dan te bevechten. Of u gaat door tot een vonnis en zet het bewarend beslag om in een uitvoerend beslag, waarna het geld wordt uitbetaald. Of de debiteur betwist het beslag voor de beslagrechter, en u verdedigt het. Of de debiteur gaat failliet — in dat geval wordt het beslag ongedaan gemaakt, maar hebt u de waarheid tenminste vroeg vernomen in plaats van na nog eens zes maanden beloften.
Wat het kost
De kosten van de gerechtsdeurwaarder schiet u voor en kunnen op de debiteur worden verhaald. Reken op ruwweg €500 tot €1.000, onder meer afhankelijk van de omvang van de vordering. Dat voorschot is het echte beslissingsmoment: dit is een krachtige stap tegen een onderneming die geld heeft en niet betaalt, en weggegooid geld tegen een onderneming die niets meer heeft. Het is precies de vraag die een solvabiliteitsscreening beantwoordt voor u iets uitgeeft.
Niet zeker met welke van de twee u te maken hebt? Een SolvaClear-screening vertelt u wat de debiteur bezit, wat andere schuldeisers al in beslag namen, en of deze stap de moeite loont — voor €80.